Het is zover, de politie is naar ons op zoekâŚ.. Goed, ik zal bij het begin beginnen.
Een luid gedreun doet me uit mijn slaap ontwaken. Ik open een oog waarnaar ik âm meteen weer sluit. Ik weet niet hoe laat het is maar mijn biologische klokje vertelt me dat het nog geen tijd is om op te staan. De ranger die het geluid veroorzaakt heeft is het echter niet met me eens en laat dat horen door nog eens met volle kracht op de auto te slaan. âWakker worden! Jullie mogen hier niet slapen en moeten nu vertrekken!â
Mopperend open ik mijn ogen weer en schuif boos het gordijntje weg. Verderop staat een man met een neongroen vestje en een cowboyhoed ongeduldig op een andere auto te kloppen. Ik kijk op de klok, 6 uur âs ochtends! âStomme rotcowboyâ, grom ik. Pepijn en ik klimmen uit ons bedje en rijden geirriteerd weg om een paar straten verder ons welverdiende tukje af te maken.
Ook âs avonds wordt een poging ondernomen om ons uit ons slaapje te houden. Ik kruip net mijn bed in terwijl Pepijn nog wat uit zijn krat pakt als de securitywagen naast ons komt staan. âJullie mogen niet in je auto slapen. Helemaal nergens, dat is de wet.â We vragen hem waarom dat niet mag waarop hij antwoordt âjullie plassen en poepen overal op straat, dat vormt een gevaar voor de gezondheidâ. Als we hem op de openbare wcâs wijzen die overal te vinden zijn haalt hij slechts zijn schouders op. âAls je echt moet dan haal je die toch niet. Daarbij is het gevaarlijk om in je auto te slapen,â vervolgt hij. âEr zijn een hoop mensen die backpackersautoâs willen stelen omdat ze weten dat daar vaak waardevolle spullen inzitten. Als ze de auto openbreken en erachter komen dat er mensen in slapen worden die meestal vermoord. De lijken liggen soms lange tijd langs de kant van de weg voor ze gevonden worden. We hebben er een paar maanden geleden nog wat gevonden.â
Met dat fijne âverhaaltje voor het slapen gaanâ moeten we het maar doen. We besluiten de auto een eind verderop te parkeren in een afgelegen woonwijk. Daar controleren ze vast nietâŚ
Twee dagen later rijden we terug van onze regenachtige Whitsunday Island cruise als er een auto naar ons toetert. âEr viel net iets van jullie dak afâ. De surfboards!!!!âŚ. sh*t!! We hadden de touwen losgemaakt maar waren vergeten ze in de auto te stoppen waardoor die ondingen al rijdende van het dak gevlogen warenâŚ.
We rijden snel terug en zien onze surfboards aan de kant van de weg liggen met twee agenten ernaast. Dubbel oeps⌠âDie zijn van ons,â roepen we terwijl we naar ze toe rennen. âSorry, we waren ze vergeten in de auto te leggenâ. Een van de mannen kijkt ons nors aan en zegt âIk was al op zoek naar jullie vanwege jullie illegale kampeerplekken. Je mag alleen in je auto slapen op een camping.â
We doen alsof we van niks weten en dat we voor het eerst horen dat je nergens in je auto mag slapen. âJullie stonden voor het huis van mijn vriend en hij vond dat erg vervelend,â antwoordt hij. âJullie auto heeft daar maar liefst zes uur gestaan. Backpackers veroorzaken een hoop overlast en jij hebt zonnebrand op je vriendin gesmeerdâ zegt hij boos tegen Pepijn of hij zojuist iemand vermoord heeft. âMag ik geen zonnebrand op mijn vriendin smeren?â antwoordt Pepijn eveneens boos. âHet antwoord is een nog norsere blik en een waarschuwing. âVannacht ga ik weer op zoek en als ik jullie ergens langs de weg zie slapen dan geef ik jullie een boete van 500 dollar. Een camping is goedkoper.â
Vanavond vertrekken we uit Airlie BeachâŚ.