Nou, we zijn weer verder op weg naar Melbourne. We hebben tot nu toe nog elke dag kunnen douchen. Lopen gewoon nonchalant met onze spullen een campingterrein op of een hostel in. In Katoombo (Blue Mountains) hebben we zelfs in het hostel gekookt en âs avonds in de bioscoopzaal gezeten. Echt super relaxt.
Na een lekker ontbijtje genuttigd te heben op het strand was het weer tijd om te vertrekken. We hadden nog iets meer dan een kwart tank benzine dus dat zat wel goed dachten we. Natuurlijk kennen we de verhalen over âje moet overal tanken, want soms kom je gewoon geen tankstation tegenâ maar dat is in de outback en we zitten nog in de bewoonde wereld, dachten weâŚ.
Nou, je voelt m al aankomen, zo bewoond was de wereld niet en een tankstation? ho maar. De tank werd leger en leger en enkele zweetdruppeltjes kwamen weer tevoorschijn. âDag vier in de auto, het zal toch niet dat we nu al ergens in de middle of nowhere stil komen te staanâ??!! Toen de tank echt op leeg stond zijn we gestopt en hebben we aan wat picknickers gevraagd of ze wisten waar een tankstation was ,ânee geen idee, de eerste grote stad is ongeveer 100 kilometer verderopâ, goedâŚâŚ
Gelukkig was ons beschermengeltje bereidt ons te helpen en kwamen we op tijd een tankstation tegen. We bleken nog 1,5 liter over te hebbenâŚ. Oeps. We hebben wel van onze fout geleerd, we tanken nu overal.
Toen we een paar uur later weg reden bij de supermarkt en ik een beetje uit het raam aan het staren was zei Pepijn ineens âkijk eens voor jeâ. Bleek er een gigantische spin op de voorruit te zitten! Nou, iedereen die mij een beetje kent kan mijn reactie ongeveer inbeelden. T was de grootste spin die ik ooit in levende lijve gezien had, en hopelijk ook de grootste die ik ooit zal zien. âT was echt zoân spin die je wel eens op Discovery ziet en waarvan je denkt âGoh, ben ik even blij dat die in Nederland niet voorkomenâ.
Dat beest liep precies ter hoogte van mn gezicht dus ik flipte compleet en gilde de longen uit mn lijf. âHaal m eraf!!!!â We wisten niet wat we moesten doen (we reden op de snelweg) en kwamen uiteindelijk met het noodplan âde ruitenwissers aanâ (ja, ik weet het, dat is zielig maar we konden even niks beters verzinnen). De spin vloog van links naar rechts, ik gilde en Pepijn schreeuwde inmiddels ook omdat hij in paniek raakte van mij en het toch ook niet prettig vond om zoân gigantisch beest over het raam te zien vliegen.
De spin slaagde erin om van het raam af te komen en verdween in de (ventilatiegaten?) van de motorkap. Nou, als er iets enger is dan een spin zien, is het weten dat er een spin is en âm niet zien. Nog steeds paniek alom dus. Ik vroeg me bezorgd af of die spin niet door die ventilatiegaten bij ons kon komen en heb de rest van de weg naar de ventilatiegaten gekeken. De monsterspin heb ik gelukkig? niet meer gezien. Kangeroeâs en Wombats vind ik leuk hoor, maar die spinnen mogen de Australiers houden!